Registreer voor gratis toegang aan Architect@Work


ZinCo brengt leven op het dak!

Details Systemen Sedumtapijt en Sedumtapijt Plus

Systeemopbouw volgens de FLL
Drainage volgens DIN 4095.

Muuraansluiting
Bij het opgaande gevelwerk moet de opstand ca. 15 cm boven het daktuinpakket uitsteken. De bovenliggende opstandafwerking moet waterdicht zijn, wat bij het gebruik van de FZ-geleider, met het hiernaast afgebeelde EP 150 knelprofiel, probleemloos uitvoerbaar is.

Dakafvoer met controleschacht
De ontwatering van platte daken gebeurt in de regel met dakafvoeren, het aantal en de dimensionering wordt volgens NEN 6702 bepaald. Met de controleschacht is de dakafvoer altijd toegankelijk voor inspectie en kan deze, indien noodzakelijk, worden gereinigd.

Afwatering bij het ontbreken van een dakopstand.
Indien de afwatering van een dakbegroening via een dakgoot is gepland, kan de kantopsluiting van het daktuinsysteem door middel van een op de dakbedekking verkleefd dakgootprofiel worden gerealiseerd.

Dakranden
Volgens het "Bouwbesluit" dienen de dakranden ca. 10 cm boven de bovenkant van een niet-vormvaste ballastlaag uit te steken. De dakranden zijn van een afdekkap voorzien, waarbij de afwatering naar de dakkant is gericht. De afdekkappen Siraset voldoen aan deze voorwaarden.

Dakranden met hoge windbelasting
Bij een hoge windbelasting (hoge gebouwen, gebouwen in een open ruimte, etc.) kan de randzone met een vormvaste ballast van tegels op het daktuinsysteem worden verzwaard.

Vegetatievrije zones volgens FLL
Afstand 40 m.